Hyperventilatie

De bel klinkt luid en dringend. Bij de voordeur staan mijn drie Marokkaanse buurmeisjes. Ik moet meteen mee naar boven komen, want hun moeder gaat dood. Ze weten niet wat ze moeten doen. Als ik de voorkamer binnenkom,  zie ik hun moeder in een hoek van de kamer op de grond liggen. Ze haalt moeilijk adem. Praten kan ze niet. Ze heeft geen lucht. Als ze wel kon praten, zou ik haar ook niet verstaan. Ze is nog maar net in Nederland en spreekt de taal niet. Ik ken haar wel. Laatst liep ik achter haar toen ze met haar vierjarig zoontje op straat was. Ze waren in gesprek met elkaar. Aan hun lichaamstaal zag ik dat ze een liefdevol contact met elkaar hadden.

Nu ligt ze daar in de hoek van de kamer. Het ziet er niet goed uit.  Ik besluit meteen de ambulance te bellen.  De ambulancebroeders komen enige tijd later binnen. Ze laten de vrouw in een plastic zakje ademen. Ik had niet gedacht dat iemand zo benauwd kon zijn van hyperventilatie. Ik voelde me een beetje schuldig  want ook ik had haar in een zakje kunnen laten ademen.

De vrouw wordt in de tussenkamer naar haar bed gebracht. Dekens zijn er niet. Er liggen allerlei soorten lappen op het bed. Ze ligt te rillen. Ze heeft het koud. Ik trek zoveel mogelijk lappen over haar heen. Ik aai haar en praat tegen haar. Ze verstaat mijn woorden niet, maar wel mijn bedoeling.  Ik kijk om mij heen. Meubels zijn er eigenlijk niet in huis. Zo’n arme inrichting heb ik nog nooit gezien.

Als mijn buurvrouw  weer een beetje mens is, ga ik terug naar huis.

26 november 2015.