Pjotr

Pjotr

Pjotr hoor je al van ver aankomen. Hij is mijn bovenbuurman. Hij was vroeger dakloos en verslaafd. Hij heeft veel meegemaakt. Pjotr loopt de Vrolikstraat in, luid vertellend aan wie het maar wil horen dat zijn arm open ligt. Hij komt net uit het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Hij heeft het verband van zijn arm gewikkeld om de grote gapende wond aan deze en gene voorbijganger te laten zien. Het is geen prettig gezicht. Hoe de wond is ontstaan, wordt niet duidelijk.

Pjotr is eenzaam en daarom neemt hij onderhuurders. Nu woont een verslaafde kennis met zijn Russische vrouw bij hem. Het gaat niet lang goed. Het is onrustig boven. Midden in de nacht word ik wakker van een vreemd geluid tegen de voorgevel. Pjotr klimt langs een touw naar zijn balkon. Hij verontschuldigt zich. Hij is vergeten de sleutel mee te nemen. In de weken daarna klimmen regelmatig mensen via het touw naar boven. Als ik Pjotr daarover aanspreek, wordt het minder, maar het blijft onrustig.

Op een vrijdag ben ik de hele dag met de kinderen van de school van mijn zoon naar Artis. Als wij thuiskomen, is de woonkamer bezaaid met spullen. Er is ingebroken. Alles is uit de kasten getrokken. De map met het opschrift “financiën” ligt op de vloer. De inhoud van de vele blikken doosjes waar ik postzegels, plakkertjes, centen, punaises, paperclips in bewaar, ligt verspreid over de vloer. Zo te zien is niets meegenomen.

De politie komt. De agenten doen sporenonderzoek. Net als in een film worden vingerafdrukken genomen. Er zijn geen sporen van inbraak. Ik denk dat ik in de haast de achterdeur niet op slot heb gedaan. Ook aan de achterkant van het huis hangt nu een touw vanaf het balkon. Langzamerhand krijg ik een vermoeden. Het zal toch niet?

Het antwoord op deze vraag krijg ik niet. Ik troost me met de gedachte dat de inbreker zich veel werk en moeite heeft getroost, maar niets van waarde heeft kunnen meenemen.
Enkele weken later, als ik thuiskom, staat de lijkwagen voor de deur. Ze zijn Pjotr komen halen. Hij heeft zichzelf doodgemaakt. Hij laat een briefje na dat hij de mensen niet nog meer verdriet wil doen.

Amsterdam 3 december 2015.